vrijdag 18 mei 2018

Jan Hubregtse en de opstand der Belgen

Uniform van de fuselier
Als Dina Hubregtse in januari 1809 haar man Janus Keller verliest, bevindt ze zich in een hopeloze toestand. Ze is hoog zwanger (acht maanden) en zonder inkomen. De volkstelling van 1811 maakt melding van de jonge Jan Kelder leeftijd anderhalf en zijn moeder Dina Hubregtse (dagloner). Ze wonen met drie andere gezinnen, totaal twaalf mensen op adres A22 in Goes. Een alleenstaande moeder in het begin van de 19e eeuw heeft weinig opties. Dina belandt in het manhuis en is aangewezen op de armenzorg van Goes. Jan Kelder wordt vanaf nu Jan Hubregtse genoemd en groeit verder op in het manhuis.
In 1826 ontmoet hij als 17-jarige de dan 12-jarige Catharina Thorens, die met haar moeder, twee zussen en haar  broer ook in het manhuis wordt opgevangen.  Catharina was natuurlijk nog te jong voor een echte relatie. Toch is het heel goed mogelijk dat zich toen al een prille liefde ontwikkelde. Jan moest wel zijn dienstplicht nog vervullen. Op 1 mei 1828, als hij negentien jaar jaar is, wordt hij opgeroepen voor een dienstplicht van vijf jaar en ingedeeld bij de 2e afdeling infanterie als fuselier met stamboek nummer 15949. Als eerste wordt hij gestationeerd in Middelburg.

Zijn diensttijd begint rustig, maar op 25 augustus 1830 tijdens de opvoering van de opera "De Stomme Portici" ontvlamt de al maanden gespannen situatie in Brussel en breekt de Belgische Opstand uit. Het duurt niet lang of de 2e afdeling infanterie, waar Jan deel van uitmaakt, krijgt opdracht om zich onder het commando van prins Frederik en prins Willem naar Antwerpen te begeven. Het moraal is hoog en als de kroonprins de troepen passeert juichen ze "Leve de Prins, Leve Oranje".
Vanuit Antwerpen loopt Jan met zijn eenheid door naar Vilvoorde vlakbij Brussel. De Prins doet verwoede pogingen om de situatie in Brussel te kalmeren. Met een troepenmacht naast de deur zijn zijn pogingen gedoemd te mislukken. Als hij vervolgens ook nog Brussel wil binnentrekken, richt de woede van de bevolking zich tegen de soldaten. Veel regimenten vallen uiteen als zuidelijke soldaten de kant van de rebellen kiezen. De eenheid van Jan bestaat voornamelijk uit Zeeuwse dienstplichtigen en blijft intakt. Jan komt er zonder enige verwondingen vanaf, ondanks diverse schermutselingen met de rebellen. De noordelijke troepen weten verder ongeschonden Antwerpen te bereiken waar ze zich in de Citadel kunnen verschansen.
Acties van het leger in Brussel 1830
De plaatselijke generaal Chassé, commandant van de Citadel, sluit een wapenstilstand met de rebellen. Enkele rebellentroepen zijn hiervan niet op de hoogte, trekken Antwerpen in en beschieten de Nederlandse troepen.  Chassé slaat snel en hard terug en geeft opdracht vanuit zijn citadel Antwerpen te beschieten. De kanonnen blijven zeven en een half uur bulderen, ook vanaf de marineschepen in de haven. Er vallen honderden slachtoffers en een belangrijk deel van het historische centrum van Antwerpen wordt vernietigd. Uiteindelijke wordt een nieuw staakt-het-vuren afgesproken, waarbij Chassé weigert de citadel te ontruimen. Ook in Maastricht en Luxemburg behouden de troepen van Nederland de plaatselijke citadellen en forten, verder worden alle noordelijke troepen uit België verdreven. De breuk tussen noord en zuid is nu definitief en de vorming van een Belgische staat is nu onafwendbaar. Er wordt door de grote mogendheden van Europa onderhandelt in London over de boedelscheiding. De Belgische vertegenwoordigers zijn aanwezig, maar hebben weinig zeggenschap. Ook Nederland staat aan de zijlijn en heeft weinig inbreng in de onderhandelingen.

Ligging van het Vlaams Hoofd (links)
Nu de rust is weergekeerd worden Jan en de 2e afdeling infanterie gestationeerd in het fort "Het Vlaamsch Hoofd" gelegen aan de overkant van de Schelde. Vanaf deze locatie is Jan getuige van een dramatische gebeurtenis in de haven van Antwerpen. Terwijl in Londen nog steeds moeizaam wordt onderhandeld, raakt één van de Nederlandse schepen onder commando van van Speijk op zijn tocht over de Schelde in de haven uit koers en komt bij de kade van Antwerpen. Een woedende menigte entert het schip, dat enkele maanden daarvoor deelnam aan de beschietingen van Antwerpen. Van Speijk besluit tot een drastische daad en blaast zijn schip op in de haven van Antwerpen met de gevleugelde woorden: "Dan liever de lucht in". Bijna de gehele bemanning en tientallen Antwerpenaren komen om. Jan heeft vanuit het fort aan de overkant een goed zicht gehad op het drama dat volgde op deze beslissing van Van Speijk. Een beslissing, die de Nederlandse zaak in de lopende onderhandelingen zeker niet heeft geholpen.


Ondertussen discussiëren de Belgen langdurig over hoe ze verder willen. Ze besluiten uiteindelijk een monarchie als staatsvorm aan te nemen en na lang zoeken vinden ze de Duits-Engelse Leopold bereid om de kroon te aanvaarden onder de voorwaarde dat de grens met Nederland wordt vastgesteld. Een verdrag opgesteld door de grote mogendheden van Europa wordt snel door België geaccepteerd maar door Koning Willem I verworpen. Koning Willem waarschuwt nog dat hij de benoeming van Leopold tot Koning zal zien als een vijandelijke daad, maar ondanks dit dreigement wordt Leopold I op 21 juli 1831 beëedigd. Onze koning voegt de daad bij het woord en besluit tot een invasie van België, niet om de revolutie te beëindigen maar om betere voorwaarden voor Nederland te bewerkstelligen. Het Belgische leger is geen partij voor de Nederlanders die zich al maanden hadden voorbereid op dit scenario. In tien dagen weet Nederland het Belgische leger volledig uit te schakelen. De Fransen schieten op verzoek de Belgische Koning te hulp. Nederland weet nog net een intocht in het verlaten Leuven te verwezenlijken, waarbij symbolisch de geplante vrijheidsboom wordt omgezaagd, waarna zij snel terugtrekken richting de grens om een conflict met het Franse leger te vermijden. Alleen de legers in de citadellen van Antwerpen (waaronder de 2de afdeling infanterie waar Jan bijhoort), Maastricht en Luxemburg blijven waar ze zijn.  Opnieuw beginnen onderhandelingen en Nederland krijgt zowaar een betere deal toegewezen. Weer wijst Willem I de voorwaarden af en er ontstaat een kleine impasse.

De val van de Citadel van Antwerpen 1832
Na een aantal maanden zijn de Fransen het beu en besluiten opnieuw tot een interventie. Generaal Chassé wordt door de Fransen gesommeerd om de citadel van Antwerpen te verlaten en onder Franse begeleiding naar Nederland terug te keren. Chassé weigert en de fransen nemen de citadel wekenlang onder vuur.  Weer heeft Jan geluk. Zijn eenheid bevindt zich in het fort aan de overkant van de Schelde en dit fort ligt niet onder vuur. Op 23 december 1832 geeft Chassé zich eindelijk over, maar weigert te beloven dat hij en zijn manschappen geen gewapende strijd meer zullen leveren tegen België. Hierop nemen de Fransen de gehele legermacht bij Antwerpen krijgsgevangen. De 2e afdeling infanterie waar Jan toe behoort krijgt opdracht om onder Franse begeleiding als krijgsgevangenen naar Duinkerken te marcheren. De rest van de legermacht volgt de volgende dag. Chassé doet verslag aan de Koning en in de Staatscourant van 8 januari 1833 wordt een lijst van alle slachtoffers opgenomen. De 2e afdeling infanterie is ongeschonden uit de strijd gekomen omdat zij niet in de zwaar beschoten citadel gelegerd waren.

Jan en de rest van het leger krijgen tijdens de gevangeschap in Duinkerken een goede behandeling, maar pas na zes maanden op 6 juni 1833 worden de soldaten vrijgelaten en mogen terugkeren naar Nederland. De Middelburgsche courant maakt melding van het arriveren van de troepen op 11 juni 1833. De manschappen zien er gezond en krijgshaftig uit. Jan wordt uit zijn dienst bij de 2e afdeling infanterie ontslagen vanwege het aflopen van zijn dienstplicht. Hij tekent bij en wordt per 1 juli 1833 ingedeeld bij de 9e afdeling infanterie als nummer 22669 en gestationeerd bij Gorinchem. Voor zijn deelname aan het Mobiele Leger krijgt Jan het Metalen Kruis toegekend. Omdat de 2de afdeling infanterie, al waren zij niet beschoten deel was van de legermacht die beschoten werd bij de Citadel van Antwerpen krijgt hij ook een speciale Citadel medaille.
In 1834 wordt Jan overgeplaatst naar Bergen op Zoom.  Zo is mijn bedovergrootvader Jan Hubregtse getuige en deelgenoot geweest van een stukje geschiedenis: De opstand van de Belgen.

De rest van zijn diensttijd verloopt verder zonder spannende gebeurtenissen. Misschien toch niet helemaal, want hoe ging het verder met zijn jeugdliefde Catharina Thorens? In september 1835 blijkt zij zwanger en Jan krijgt toestemming van de commandant van de 9e afdeling infanterie om te trouwen. Het huwelijk vindt plaatst op 17 september 1835 in Goes. Een huwelijk dat uiteindelijk meer dan 50 jaar duurt. Jan moet nog wel even in dienst blijven,  hij krijgt in het voorjaar van 1837 uiteindelijk groot verlof en wordt per 15 oktober officieel gepasporteerd van militaire dienst. Voor Jan breekt echter een nieuwe zware tijd aan, maar dat is een ander verhaal.

donderdag 8 maart 2018

Mijn zoektocht naar mijn oudvader Janis Kelder

Genealogische puzzels maken deze hobby zo leuk. Vooral omdat je om de puzzel te kunnen oplossen eerst nog de puzzelstukjes moet verzamelen. En het verzamelen van de puzzelstukjes geeft je een bijzondere en persoonlijke toer door onze vaderlandse geschiedenis door de ogen van je eigen voorouder. Zo ook in het geval van de onbekende grootvader van mijn moeders oma.

Hij is lange tijd een raadsel gebleven in mijn 20 jaar onderzoek naar mijn voorouders. Mijn moeders oma was Catharina Hubregtse geboren in 1859 te Goes als dochter van Jan Hubregtse en Catharina Thorens. Van beide is geen vader bekend bij huwelijk of overlijden, en in dit verhaal draait alles om de onbekende vader van Jan Hubregtse.

De Burgelijke Stand bracht zo als gezegd geen informatie. De overlijdensake van Jan Hubregtse vermeldt geen ouders en zijn geboorte viel net voor de invoer van de Burgelijke Stand. Ook zijn huwelijksakte gaf geen informatie over zijn ouders en de huwelijkse bjilagen, vijf in getalen, worden nog wel vermeldt in een index maar de bijlagen zelf zijn helaas verloren gegaan. De eerste aanwijzing naar Jan's vader komt uit het bevolkingsregister van Goes. Zijn moeder wordt een aantal keren vermeldt met de naam Dina Kelder in plaats van Dina Hubregtse. En de volkstelling van 1811 vermeldt Dina Hubregtse en direct daaronder Jan Kelder van 1 1/2 jaar oud.

Dit was het eerste echte puzzelstukje van de gezochte vader van Jan Hubregtse. Maar Kelder, was dit de naam van de vader? Of werd hier iets anders bedoeld.  De website Zeeuwengezocht bood aanvankelijk geen uitkomst maar dankzij de doorlopende uitbreiding kwam uiteindelijk toch een huwelijk van een Janis Kelder (weduwe van Josine Dek) en Barendina Hubregtse naar voren 2 jaar voor de geboorte van de jonge Jan Hubregtse/Kelder. Het eerste puzzelstukje viel op zijn plaats Jan Hubregtse was de zoon van Jan Kelder. Maar wat ik ook zocht, ik kon niets vinden over deze Jan Kelder en ook zijn eerste vrouw Josine Dek was een raadsel.

Waarom wordt Janis Kelder niet meer wordt genoemd nadat zijn zoon Jan is geboren en waarom komt zijn zoon voor als Jan Hubregtse en niet Jan Kelder. Zijn ouders waren immers getrouwd?
Een vermelding van Jan Kelder overleden in Vlissingen op 28 december 1808 lijkt een stukje van de puzzel te zijn. Was Jan Kelder 2 maanden voor de geboorte van zijn zoon overleden? De burgelijke stand akte van dit overlijden gaf geen verwijzing naar Goes en er werd geen vrouw vermeldt. Toen ik een begrafenis inschrijving vond in de DTB van de Rooms Katholieke kerk te Vlissingen, voor een op 28 december 1808 overleden Joannes Keller, werd duidelijk dat dit toch niet onze Jan kon zijn. Zijn leeftijd was veel te jong en in de RK inschrijving werden ouders en vrouw genoemd. Helaas dit stukje past niet in mijn puzzel.

Om verder te komen moest ik elke minuscule aanwijzing onder de loep gaan nemen. Geen steen mocht blijven liggen zonder er onder te kijken. En dit leverde uiteindelijk een minuscuul puzzelstukje op dat toch in de puzzel bleek thuis te horen. Ik vond een referentie van een Suzanne Kelder die in het Huis van Bewaring van Middelburg was vastgezet en afkomsting was uit Hoedekenskerke. Omdat er in het bevolkingsregister van Goes ook een Suzanne Kelder voorkwam, kon het geen kwaad om Hoedekenskerke eens onder de loep te nemen. Misschien zou Suzanne een zus kunnen zijn.

De DTB boeken van Hoedekenskerke blijken nog niet te zijn opgenomen in de database van Zeeuwengezocht, maar er bestaan wel digitale versies op familysearch. Hoedekenskerke is een heel klein dorpje dus het doorzoeken van de doopboeken zou geen probleem mogen zijn, desnoods blad voor blad. Dit laatste bleek niet nodig want er bestaat al een index van het hele DTB boek. En wat schets mijn verbazing toen ik het huwelijk tegen kwam van Janis Kelder met Josine Dek en de doop van 3 van hun kinderen, waaronder Suzanne Kelder en precies in het goede jaar.

Wouw, dit gaf in eens een heel ander licht op de puzzel. Suzanne was geen zus maar een dochter uit zijn eerdere huwelijk. Ik had ineens een duidelijk tijdlijn, Janis was getrouwd in 1782 en had in dat huwelijk 3 kinderen gekregen. Ik ging opnieuw alle eerdere bronnen nalopen, een CD met DTB informatie van Goes kwam weer naar boven.  Daar bleek Suzanne ook in vermeld te worden als moeder van een buitenechtelijk kind met als doopgetuige Janis Kelder.  Een Janis kelder vermeldt in het poortersboek van Goes als afkomstig uit Picardië. Hmmm wacht eens, de huwelijksinschrijving in Hoedekenskerke vermelde dat Janis afkomstig was uit Zeezandwaart in Pikkardije.  Een onmiskenbare match, de inschrijving als Poorter te Goes geeft een jaartal dat Janis naar Goes is gekomen. De diverse vermeldingen van Janis Kelder gaven 2 keer een leeftijd, helaas niet met elkaar in sync, maar het geeft een tijdsvak voor zijn geboorte, tussen 1753 en 1759.

Als in een stroomversnelling komen allemaal gegevens naar voren. De site Historie van Goes vermelde een Janis Kelder die een kroegeniers vergunning had gekregen in hetzelfde jaar dat hij poorter van Goes was geworden. Hij had de kroeg "De Drie Morianen" overgenomen. En in 1803 was hij slijter geworden vanuit een gehuurd pand in de Korte Kerkstraat verkocht hij sterke drank op kleine schaal. De DTB boeken op de CD hielden voor begravenissen op bij 1806, maar vermelde wel in 1802 het overlijden van de vrouw van Janis Kelder, dat moet dus Josine Dek zijn geweest. Familysearch bleek nog verder te gaan en met het blad voor blad nakijken van de begrafenis vermeldingen voor 1810, vond ik in januari 1809 het overlijden van Janis Kelder. Dat was één maand voor de geboorte van zijn zoon, mijn betovergrootvader, Jan Hubregtse.

Alle feiten op een rijtje:

Jan Kelder, geb. Zeezandwaart in Pikkardije tussen 1753 en 1759, lidmaat Hoedekenskerke 13-4-1783, Met Attestatie vertrokken naar Goes 8-1-1795, poorter Goes 13-8-1796, Kroegenier Goes "De Drie Morianen" 1796, Slijter Goes 1803 (in gehuurd pand aan de Korte Kerkstraat), Goes 30-1-1797 koopt de kroeg "De Drie Morianen" van Cornelis Maartensen, overl. Goes 25 jan 1809, 1; otr/tr. Hoedekenskerke 19-1/6-2 1782 Josine Lambrechtse Dek, geb/ged. Hoedekenskerke 9/14 okt 1753, lidmaat Hoedekenskerke 13-04-1783, ovl. Goes 8-1802, dr. van Lambrecht Janse Dek en Krijna Adriaanse Haasdonk, 2; otr 2 Goes/Middelburg 30-5/7-6 1807, tr. Goes 24-6-1807 Barendina Hubregtse, geb. Middelburg Ambagt 15 feb 1782, ovl. Goes 14-6-1853.
Uit 1e huwelijk:
1. Joosje Kelder, ged. Hoedekenskerke 14-4-1782, get. de vader zelf die Luthers was, ovl. Hoedekenskerke 21-4-1782.
2. Suzanne Kelder, geb/ged. Hoedekenskerke 27/30-1-1785, get. Joseph Keller en Susanna Catharina Sleiser, ovl. Goes 19-1-1835; Gedaagde Middelburg 1-4-1817, aanklacht valsheid in geschrifte; gedetineerde Middelburg 1817.
3. Crijna Kelder, geb/ged. Hoedekenskerke 13/22-1-1786, get. Willemijna Dek
Uit 2de huwelijk:
1. NN Kelder; geb. Goes 29-4-1808, ovl Goes 29-4-1808 oud 1 uur.
2. Jan Hubregtse; geb. Goes 13-2-1809, ovl 's-Heerenhoek 29-5-1883.

Tijd om uit deze brij aan gegevens een plaatje te schetsen van onze geschiedenis door de ogen van  mijn oudouder Janis Kelder.

In 1781 of in de jaren daarvoor arriveert Janis in Hoedekenskerke. Hij is Luthers gedoopt en op dat moment achter in de twintig. De jaren tachtig in de 18e eeuw waren rumoerig. In Amerika hadden de Britse koloniën een onafhankelijkheids oorlog gevoerd en zich los gemaakt van de Briste Kroon. En de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was in rep en roer door de Patriottenbeweging. Men was het absolutisme van Willem V beu en wilde meer democratie. Maar de bevolking was sterk verdeeld. Er was nog steeds een grote aanhang voor onze Prins van Oranje. In Frankrijk was grote onvrede over het absolutistische bewind van Louis XVI en de extravagante levenstijl van zijn vrouw Marie Antoinette. En bij onze zuiderburen was men juist weer niet gedient van de "verlichte" politiek van Jozef II van Oostenrijk. Het rommelde in heel Europa, zoals als Bob Dylan bijna 2 eeuwen later zong: "De Times they are a changing".

Waarom Janis naar Zeeland kwam weet ik nog niet. Mogelijk was hij als matroos of militair met een schip meegekomen en is na het afmonsteren door Zeeland gaan zwerven en kwam hij toevallig in Hoedekenskerke terecht.
Eenmaal aangekomen in Hoedekenskerke begint hij een relatie met Josine dek, dan 28 jaar oud. In 1781 blijkt ze zwanger te zijn. Omdat Josine Gereformeerd was en Janis Luthers was een huwelijk problematisch, maar Janis belooft zijn belijdenis te doen en zich te bekeren tot de Gereformeerde kerk. En zo komt het nog net voor de geboort, op 9 februari 1782 tot een huwelijk.

De geboorte gaat zoals zovaak in die tijd niet vlekkeloos en de jonge baby overlijdt al na een week. De belijdenis wordt hierdoor wellicht uitgesteld maar op 13 april 1783 een jaar na zijn huwelijk doet Janis dan toch belijdenis en wordt als lidmaat tot de kerk van Hoedekenskerke toegelaten.
Als zijn tweede kind wordt geboren in 1786 mag zijn Lutherse familie zelfs optreden als doopgetuigen. Normaal gesproken is dat geen vanzelfsprekendheid maar door de kerkraad was al in 1748 een besluit genomen dat dit mogelijk maakte. Zo lezen we in de doopinschrijving van Jan's tweede kind (Suzanne) "Getuige Joseph Keller en Susanna Catharina Sleiser, beide Luthers maar de ouders van de kinders beide zijn gereformeerd vergelijk aan 't het geval dan den 19 april 1765".  Het bedoelde besluit staat inderdaad opgetekend bij een doopinschrijving van de datum 19 april 1765 in hetzelfde doopboek.

"Een sonderling advijs des Classis dat men namentlijk kinderen van Lutherschen ouders ten doop zal toelaten mits de ouders op alle mogelijken wijzen te instinueeren wat zij te beantwoorden hebben en tot toestemming der zaken die te beantwoorden zijn te bewegen, na indien het wezen kan na gereformeerde getuigen een te laten omzien Waarbij teffens geresolveerd is indien Luthersche ledematen bij ons genegen waren te commiuneeren den zulken als dan zulks toe te laten. Classis van Goes 9 janu[ari] 1748"
[ met dank aan Willem Hak voor de correcties ]

Op 8 januari 1795 besluit Janis met zijn vrouw en kind naar Goes te verhuizen. Hij heeft kennelijk wat kapitaal weten te verzamelen want in Goes koopt hij zich in 1796 in als kroegbaas van de kroeg "De Drie Morianen" te Goes. Uiteraard moest hij hiervoor eerst een volle burger van Goes worden, vandaar de inschrijving als poorter van Goes in datzelfde jaar.  In het zelfde pand van De Drie Moriaenen, gelegen bij de Ganzepoort zat in 1590 ook al een herberg onder de naam "De Moriaen".  Later is de kroeg nog hernoemd naar "Het Wapen van Zeeland", tegenwoordig is er een aziatisch restaurant in gevestigd. Het pand zelf is een rijksmonument.

Het bestaan als kroegbaas was kennelijk niet helemaal wat Janus zich er van voorstelde, of hij werd door andere omstandigheden gedwongen het weer op te geven. In 1799 wordt het pand weer verkocht en als in 1803 de eigenaar zijn vergunning overdoet aan zijn schoonzoon, besluit Janis zich als slijter te vestigen in een gehuurd pand aan de Korte Kerkstraat te Goes. Dit hield in dat hij op kleine schaal sterke drank mocht verkopen, mits hij zich zou onthouden van het tappen van zoopjes en zetten van gelagen. Mogelijk heeft het overlijden van zijn vrouw in 1802 deze verandering geïnitieerd.
Janus was zeker niet de enige die dit probeerde.  In die periode is het aantal vergunningen dat in Goes hiervoor is afgegeven flink gestegen. Of dit gewoon toeval is, of dat dit misschien komt door dat mensen onder de Franse bezetting een grotere behoefte hadden om hun verdriet weg te drinken is puur gis werk. Maar een parallel met de jaren twintig van de 20e eeuw lijkt onmiskenbaar.

Alleen met zijn dochter Suzanne die inmiddels 18 is geworden ontmoet Janis zijn tweede vrouw Dina Hubregtse uit Middelburg Ambacht afkomstig. Zij arriveert rond de zelfde periode in Goes.  De twee besluiten te gaan trouwen en zoals het hoort wordt hun huwelijksaankondiging zowel in de plaats van herkomst van de bruid als die van de bruidegom ingeschreven. En zo komt het tot een huwelijk op 24 juni 1807.  Tien maanden later wordt hun eerste kindje geboren. De bevalling gaat niet goed want het kind overlijdt al binnen een uur na de bevalling. Dina overleeft de bevalling wel, maar de rampspoed is nog niet voorbij.  Dina wordt al snel weer zwanger, maar haar man wordt ziek en wordt opgenomen in het Gasthuis van Goes. Hier overlijdt Janis op 25 januari 1809.
Dina blijft hoog zwanger en zonder middelen van bestaan achter en moet haar toevlucht nemen tot de armenzorg. Waarschijnlijk woont ze al in het Manhuis als ze op 13 februari 1809 bevalt van haar tweede kind. Ze noemt hem Jan, naar zijn vader maar om onduidelijke redenen wordt het kind al snel Jan Hubregtse genoemd. Elke verwijzing naar zijn overleden vader Janis Kelder verdwijnt uit zicht.  Jan en Dina wonen lange tijd in het Manhuis, pas als Jan gaat trouwen met Catharina Thorens die hij ook in het manhuis heeft leren kennen begint heel langzaam de situatie te verbeteren. Pas in de laatste jaren van zijn leven weten Jan en Catharina weer een klein huisje in 's-Heerenhoek te bemachtigen waar ze hun oude dag in redelijke gezondheid kunnen beleven.

Het is bijzonder dat Dina en haar kind onder deze omstandigheden wisten te overleven. Dit is alleen mogelijk omdat Goes al geruime tijd hiervoor het armoede probleem had aangepakt en voor die tijd zeer goede voorzieningen had opgezet voor de opvang van de armen in de samenleving. Er was zelfs ruimte voor onderwijs aan de kinderen in het Manhuis. En hoewel de leefomstandigheden verre van ideaal waren, had men een dak boven het hoofd en kreeg men voldoende te eten.

En zo heeft deze zoektocht naar mijn oudouder Janis Kelder, mij veel geleerd over het leven aan het eind van de 18e eeuw. De omwenteling van het oude feodale stelsel naar een meer moderne democratie ging zeker niet zonder slag of stoot. Naast de vele oorlogen die hier uit voort zijn gekomen, ontstond er ook op grote schaal armoede. De samenleving was echter niet blind voor het probleem, en binnen de mogelijkheden van de tijd probeerde met de getroffenen zo goed mogelijk op te vangen. De vele bronnen waar ik uit kon putten zijn het resultaat van de politiek van Napoleon, die een dienstplicht invoerde om zijn grootte legermacht te kunnen opbouwen. Hiervoor moest hij weten wie, waar leefde en hoe oud zij waren. De volkstellingen die daar uit voortvloeide en de opzet van de burgelijke stand hebben  mij uiteindelijk inzicht kunnen geven in het leven van Janis Kelder. De zoektocht is zeker nog niet voorbij. Hoewel het beeld van de puzzel nu is omlijnd, zijn er nog vele onbekende delen in het leven van Janis. Waar is hij precies geboren? Wie waren zijn ouders? Hoe is hij in Zeeland beland?

Bronnen


zondag 11 juni 2017

Familie de Cock in Sint-Pauwels II

In mijn vorige blog entry noemde ik al Bauwen de Cock als vader van Jan de Cock. Ik was natuurlijk erg nieuwsgierig of ik de lijn nog een generatie verder kon doortrekken. Dus de zoektocht ging verder. Twee bronnen boden uitkomst.  Het CYNS register vermelde Bauwen de Cock als man van Gillijne van Voorde met zeven kinderen; Maria, Rogier, Egidius (Gillis), Catharina, Jacob, Jozijne en Jan.  Ik vond ook een staten van goed akte uit 1541 met een Bouwen de Coc zonder vermelding van zijn vrouw maar wel werden er zeven kinderen genoemd. Evenveel als in de CYNS vermeld stonden.
De staten van goed akte vermeld twee voogde Thomas Noents en Jan Taybaert. De eerste voogd vond ik terug ik het Cyns register terug als man van Anna van Voorde de zuster van Gillijne. Bingo de staten van goed akte en de CYNS betreffen het zelfde gezin. De staten van goed akte vermeldt ook dat het jongste kind op 1 oktober 1542 drie jaar oud en dat Gillijne voor haar zeven kinderen zal zorgen totdat het jongste kind 15 jaar oud is. Dat betekent natuurlijk ook dat de andere kinderen nog niet waren getrouwd en nog onder de hoede van de moeder vielen dus ook nog geen 18 jaar oud waren. Dit gaf een prachtige tijdslijn voor het gezin. Alle kinderen moeten immers geboren zijn tussen tussen 1523 en 1539.  Voor het huwelijk ligt dan een schatting van rond 1520 voor de hand.

Het CYNS register vermelde ook dat dochter Marije de Cock trouwde met Gillis Stoop. Hier kon ik ook een staten van goed akte uit 1557 van terugvinden. Dat past dus prima in de tijdlijn die ik had vastgesteld. Als voogd in deze akte wordt Rogier de Cock genoemd. De broer van Marije.

De laatste interessante akte die ik kon terugvinden was van Jan Taijbaert getrouwd met Jozijne de Cock. Hier werd een Jan de Cock als voogd genoemd. Ook deze akte is van rond 1558 en dat past prima in de tijdlijn van Jozijne als dochter van Bouwend de Cock. Nu is de vraag natuurlijk is deze Jan Taijbaert de zelfde als de voogd die genoemd werd in de akte van Bouwen de Cock.
Het zou kunnen als hij al voor 1541 getrouwd was met Jozijne.  Dan was een aanstelling als voogd over de andere kinderen van Bouwen een logische keuze.  Wat tijdlijn betreft zou dat kunnen. Jozijne was dan wel jong getrouwd en moet één van de oudste kinderen van Bouwen de Cock zijn geweest. Een andere optie zou zijn dat de voogd Jan Taijbaert misschien de vader is van de schoonzoon Jan Taijbaert. Meestal is de eenvoudigste verklaring ook de juiste dus voor nu hou ik het er op dat Jan Taijbaert al was getrouwd met Jozijne op het moment van overlijden van haar vader en daarom als voogd werd benoemd over de nog onvolwassen kinderen van Bouwen.

Een hele tijd later werd mijn enthousiasme weer ontvlamt. Ik had een nieuwe bron gevonden. De slaper van de Heilige Geest van Sint-Niklaas. De Heilige Geest was de instelling die verantwoordelijk was voor de armenzorg. Een slaper is een register van eigendommen van de kerk. In 1542 heeft een zekere onderkapelaan Jacop Wittock van de kerk te Sint-Niklaas het register van eigendommen van de Heilige Geest opnieuw opgestelt en bijgewerkt naar de situatie van 1540. In deze bron wordt Bouwen fs Gillis genoemd als pachter van een stuk land in Sint-Pauwels. Onder de aanname dat er maar één Bouwen de Cock leefde in Sint-Pauwels trek ik dus hieruit de conclusie dat zijn vader Gillis heette.

In de zelfde bron wordt ook nog genoemd een Lijsbette fa Gillis de Cock, weduwe van Jacob Anne, Jacob de Cock getrouwd met Jozijne de Maere en een Bouwen de Cock getrouwd met Avezoet Hillegheer.  Van het Jacob en zijn vrouw Jozijne de Maere is ook weer een staten van goed akte bekend uit Sint-Niklaas. Als voogd van de wezen van Jacob de Cock treedt onder andere op Jan de Cock fs Gillis. En verderop in de akte lezen we dat de wezen ook via hun vader erven van hun grootheere Gillis de Cock.  Daarmee komen we inmiddels op vier kinderen in het gezin van Gillis de Cock. De vaders (die van Jacob dus)  erfenis komt voor 1/16 toe aan de bastard van zijne zuster.  Dit moet betekenen dat Lijsbette nog een kind buiten het huwelijk heeft gekregen. In de zelfde slaper wordt nog melding gemaakt van een Jan Polspoel alias de Cock, een Jacob Maes, alias de Cock en Jan Maes fs Jacob alias de Cock. Jacob Maes of Jan Polspoel zou mogelijk het kind van de buiten echtelijke relatie van Lijsbette kunnen zijn en Jan Maes fs Jacob alias de Cock zijn zoon.

Als we zoeken in de Cynsboeken vinden we in Sint-Pauwels nog enkele vermeldingen die mogelijk in de voorouder lijn van Gillis de Cock (I) horen.
7725
COCK (De Cock), Judocus, CYNS, gehuwd 1400 (Sint-Pauwels,OLV-Antwerpen,f1) met HONDT (D´Hondt), Joanne, CYNS (bron: Periode: 1370-1390), dochter van HONDT (D´Hondt), Joannes, CYNS en WELLE (Van Welle), Amelberga, CYNS.
Uit dit huwelijk:
1.m COCK (De Cock), Egidius, CYNS (bron: Periode: 1400-1420).
2.m COCK (De Cock), Boudewijn, CYNS (bron: Periode: 1400-1420).
3.m COCK (De Cock), Joannes, CYNS (bron: Periode: 1400-1420).
4.m COCK (De Cock), Judocus, CYNS (bron: Periode: 1400-1420).
5.v COCK (De Cock), Catherina, CYNS (bron: Periode: 1400-1420), gehuwd 1430 (Sint-Pauwels,OLV-Antwerpen,f1) met VRANCKE (Vrancke), Joannes, CYNS.
Bij deze vermelding vondt nog een verrassende correlatie met de lijst van weerbare mannen uit 1470. Hierin worden Gillis de Cock, Jan de Cock en Joos (Judocus) de Cock genoemt en ook nog Jan Vrancke. Het lijkt er dus op dat deze vier weerbare manen allemaal gerelateerd moeten worden aan het gezin van Judocus de Cock en Joanne d' Hondt.  Dit zou overigens wel betekenen dat het huwelijk verkeerd gedateerd zou zijn. Weerbare mannen waren tussen de 17 en 70 jaar oud en dat betekent dat dus dus minimaal voor 1453 geboren moeten zijn geweest.  Een huwelijk van hun ouders rond 1400 lijkt dan misschien wat laat.  De schattingen van huwelijksdata zoals deze in de Cyns registers worden genoemd zijn gebaseerd op grove schattingen die teruggerekent zijn van bekende doopdata uit de late 16e of 17e eeuw. Met een onzekerheid van 20 jaar per generatie loopt de foutmarge bij eerdere generaties snel op tot wel 80 jaar na. Wat de tijdslijn betreft zou het dus goed kunnen dat dit kinderen uit dit gezin horen bij de generatie voor Gillis de Cock (I) betreft.

Met deze foutmarge ingedachte zouden de onderstaande vermelding misschien wel om de zelfde persoon kunnen gaan die we kunnen koppelen aan Gillis de Cock (I) (direct of via de zoon Egidius) en die op zijn beurt weer een zoon is van Judocus en Joanne. Zonder verder informatie is het echter te veel speculatie om deze vermeldingen op deze manier te verbinden.
7805
COCS (Cocs), Egidius, CYNS, gehuwd 1470 (Sint-Niklaas,Sint-Baafs-abdij-Gent,par19) met GILLIJSJANSOENS (Gillijsjansoens), Elisabeth, CYNS (bron: Periode: 1440-1460), dochter van GILLIJSJANSOENS (Gillijsjansoens), Bouden, CYNS en VELDE (Van Den Velde), Elisabeth, CYNS.
Uit dit huwelijk:
1.m COCS (Cocs), Egidius, CYNS (bron: Periode: 1470-1490).
7804
COCS (Cocs), Egidius, CYNS, gehuwd 1400 (Sint-Pauwels,Sint-Baafs-abdij-Gent,par03) met (), Elysabeth, CYNS (bron: Periode: 1352-1384).
Uit dit huwelijk:
1.v COCS (Cocs), Barbara, CYNS (bron: Periode: 1400-1420), gehuwd (Sint-Pauwels,Sint-Baafs-abdij-Gent,par03) met SNOUCS (Snoucs), Joannes, CYNS.
Voor nu zijn de bronnen weer even opgedroogd.  De genealogie van de familienaam de Cock in Sint-Pauwels begint bij Gillis de Cock waarvan vier kinderen bekend zijn. Helaas nog geen vrouw en preciese tijdslijn. Er blijkt een verbinding te zijn met Sint-Niklaas maar nog onvoldoende informatie of de familie hier zijn oorsprong vond of dat de landerijen toevallig ook in deze parochie waren te vinden. Ik heb wat indicaties voor eerdere generaties gevonden maar helaas nog onvoldoende aanknopingspunten om deze in de genealogie op te kunnen nemen.

Alle gegevens bijelkaar gekomen komt er dan de volgende aanvulling op de genealogie uit mijn blog "Familie de Cock in Sint-Pauwels I":

I. Gillis de Cock, tr voor 1500 met onbekend

Uit dit huwelijk:
  1. Jan, voogd van de kinderen van Jacob.
  2. Lijsbette, (1) releatie met onbekende man, hieruit wordt een kind geboren, tr (2) Jacob Anne
  3. Jacob, volgt IIc
  4. Bouwen, volgt IId

IIc. Jacob de Cock, , ovl. Sint-Niklaas 1540, zn van Gillis de Cock, pachte in 1540 land in Sint-Niklaas belast met een rente aan de Heilige Geest van Sint-Niklaas, tr. Jozijne de Maere, dr van Bouwen de Mare en Josine Zeghers
Uit dit huwelijk:

  1. Gillis, tr. 1 Amelberga van Kerchove, tr. 2 Maria Albrechts

IId. Bauwen de Cock, geb voor 1500, ovl. Sint-Pauwels 1541, zn van Gillis de Cock, pachte in 1540 land in Sint-Pauwels belast met een rente aan de Heilige Geest van Sint-Niklaas, tr. rond 1520 Gillijne van Voorde, dr van Egidius van Voorde en Catharina Zeelanders
Uit dit huwelijk:

  1. Maria de Cock, geb tussen 1523 en 1539, tr rond 1550 Egidius Stoop
  2. Rogiergeb tussen 1523 en 1539
  3. Catharinageb tussen 1523 en 1539
  4. Egidiusgeb tussen 1523 en 1539
  5. Jacobgeb tussen 1523 en 1539
  6. Jozijnegeb tussen 1523 en 1539, tr rond 1550 Jan Taijbaert, ovl 1557.
  7. Jan de Cock, (volgt IIIg)

IIIg. Jan de Cockgeb tussen 1523 en 1539, ovl. Sint-Pauwels 1585, zn. van Bauwen de Coc, pachte 500 roede land in Sint-Pauwels gelegen in de Crayenacker, tr. ~˜1570 Maria Westelinck
Uit dit huwelijk twee kinderen:


  1. onbekend
  2. Jan de Cock, (volgt IV)

IV. Jan de Cock. geb tussen 1572 en 1575, ovl. Sint-Pauwels tussen 1628 en 1634, zn. van Jan de Cock en Maria Westelinck, tr. Sint-Pauwels 1595 Margaretha Verberckmoes, geb. aug 1574, overl. Sint-Pauwels 5-5-1650, buiten echtelijke dr. van Andries Verberckmoes en Livine Borms
Uit dit huwelijk:

  1. Tanneke sCocx, (geen doopgegevens alleen vermeldt in Staten van Goed)
  2. Maria de Cock, ged. Sint-Pauwels 23-9-1602 (geen moeder vermeld) get. Paschier Decautere en Machete Cocx, overl. Sint-Pauwels 15-9-1664
  3. Margriete de Coock, ged. Sint-Pauwels 11-10-1605 get. Andries Verbercmoest en Amelken sMaren (als vader vermeldt Hans, geen moeder vermeldt)
  4. Jan de Cock, ged. Sint-Pauwels 8-1608 (geen moeder vermeld) get. Pieter Gubels en Catharina Grembergen
  5. Joanna de Cocq, ged. Sint-Pauwels 16-9-1610, get Gillis Bogaert en Joanna Zegers overl. voor 1-4-1648, tr. Sint-Pauwels 17-5-1636 Adrianus Vereecken get. Joannes de Cock (broer van Joanna) en Egidius van Vlierbergen.
  6. Andries de Cocq, ged. Sint-Pauwels 18-4-1613, get. Joos Wilsens en Lisabeth van Deynse.
  7. Amelberga Cocq, ged. Sint-Pauwels 23-11-1617, Doopgetuigen Joannes de Wilde en Amelberga Spildoren, ovl. voor 1634 (als vader vermeldt Joos)
  8. Petronella Cocq, ged. Sint-Pauwels 26-2-1620, get. P[iete[r van Stappen en Cath[ari]ne Wuytack